De IND, een staat binnen de Nederlandse rechtstaat

IND: staat binnen de Nederlandse rechtstaat

Interview met een gezin uit een gezinslocatie

 

In de media worden de verhalen van vluchtelinggezinnen zelf nauwelijks gehoord. Niet alleen omdat er geen aandacht is voor hun verhaal, maar ook omdat zij bang zijn voor represailles van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) en Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V); dreiging hun procedure te versnellen of hen per direct uit te zetten als zij zich publiekelijk uitspreken over wat er hen gebeurt. In Nederland lijkt er een verborgen structuur te bestaan waarin de IND en DT&V zo autonoom van de rechterlijke macht kunnen opereren dat zij bijna een staat binnen de rechtstaat vormen; de rechterlijke macht kan de IND niet terugfluiten op het moment dat zij volgens juridische grondslagen een verkeerde beslissing hebben genomen. Om deze reden komen in dit artikel enkel de ouders van een gezin aan het woord dat al 8 jaar in Nederland verblijft.

Ongeveer 600 kinderen in Nederland, en hun families, vallen onterecht buiten het Kinderpardon: de regeling om te voorkomen dat vluchtelingen kinderen nog meer ontwikkelingsschade oplopen doordat zij uitgezet worden naar een land waar zij niet geworteld zijn. Toch worden ouders die met hun kinderen naar Nederland zijn gevlucht en hier al jaren verblijven er regelmatig van beschuldigd hun kinderen te ‘gebruiken’ om in Nederland te kunnen blijven.[1] Ook organisaties als Vluchtelingenwerk Nederland en Defence for Children nemen deze positie in.[2] De Kinderpardonregeling is er zelfs op gebaseerd: “De lange duur van het verblijf is te wijten aan procedures die in het verleden soms lang duurden, het niet meewerken aan vertrek en het stapelen van procedures door ouders, of een combinatie van deze factoren”, zo lichtte Staatsecretaris Teeven van Justitie en Veiligheid toe. In februari 2017 is er een motie van de ChristenUnie, SP, GroenLinks en D66 aangenomen waarin aan de ene kant staat dat het Kinderpardon moet worden versoepeld zodat alle kinderen die in Nederland geworteld zijn hier mogen blijven met hun familie, maar dat aan de andere kant ‘onnodig doorprocederen’ tegen gegaan moet worden.[3] Achter dit laatste gaat de aanname schuil dat vluchtelingen zelf de procedures rekken terwijl er eigenlijk geen reden om niet terug te keren naar het land van herkomst.          

Gelukszoekers of vluchtelingen?

Er wordt vaak de indruk gewekt dat het merendeel van de mensen die naar Nederland komen dat doen om hier ‘een beter leven’ te krijgen ondanks dat ze het in het land van herkomst best prima hebben. En dus ook dat als ze voldoende weerstand ervaren, ze wel inzien dat ze net zo goed terug kunnen gaan. Maar waarom blijven ze dan? Waarom ‘zetten ze hun kinderen in’ om hier te blijven? Ik vroeg het de moeder van een gezin uit A.

“Ik blijf hier alleen omdat het, ook al is het moeilijk, het hier niet gevaarlijk is. Voor mijn kind is het hier veilig. Als ik geen kind had gehad was ik hier misschien nooit naartoe gekomen, want we woonden normaal en zijn naar school geweest. We waren niet echt rijk, maar we hadden wel werk. Hier ben ik echt niets, geen recht om naar school te gaan, geen recht om te werken, ik heb helemaal niets. Ik heb geen recht om bezoek bij mij thuis te hebben, ik moet overal toestemming voor vragen. En ik voel me toch zo raar dat ze denken dat we hier een mooi leven hebben en dat we daarom zijn gebleven.
            Ik ben hier geweest in de beste jaren van mijn leven, 25 tot 31, ik ben gezond, ik kan leren, ik spreek Nederlands, ik kan werken, maar ik mag niet. En voor dit leven zou ik mijn kind gebruiken? Dat denk ik niet. Elke ochtend wordt ik om 4 of 5 uur wakker om te kijken of de politie komt en bij wie. Als ze bij de buren komen ben je blij, want ze komen niet voor jouw, maar je schaamt je ook en bent verdrietig dat die mensen worden opgepakt.
            We zijn weggegaan omdat we een probleem kregen. Mijn man had werk gekregen, ze slaan heel vaak mijn man. maar toen begonnen ze daar mijn kind te gebruiken, heb ik zelf gezien, dat heeft een meneer – als ik het zo kan noemen, niet een mens want wat ze hebben gedaan is gewoon onmenselijk – ze pakten mijn zoon en hebben gezegd: ‘ik ga hem op dit muurtje slaan’. Toen heb ik het gevoel gekregen dat het niet veilig was dus dat we weg moesten. Ik begrijp wel dat de IND denkt dat we hier kwamen om een beter leven te krijgen van de financiële kant, en als ze denken dat 50 euro, of in een gezinslocatie 30 euro, per week goede financiële situatie is… Dat is niet waar.
            Ik begrijp wel dat sommige mensen het financieel heel moeilijk hebben, maar je gaat niet naar een land waar je niets bent als je alleen financiële problemen hebt. Mensen komen hier, niet alleen onze familie, ook al weten ze precies dat morgen de politie kan komen. Dáárom gaan ze niet vrijwillig terug met een heleboel geld – als je meewerkt krijg je ook veel geld, dan kan je in A. veel doen. dan kan je hier meewerken om daar veel geld te krijgen. 22.000 kan ik nu krijgen als ik ga meewerken om terug te gaan.  Dus als ik geldproblemen had, had ik snel dat geld gepakt en ga ik gewoon gelijk terug. Maar als ik hier blijf met weinig geld, met elke dag stempelen. Waarom? We kunnen niet op vakantie, we kunnen niet ver weg bij vrienden logeren of zo, want als we daar heen gaan moeten we snel terug want we moeten ’s ochtends stempelen. Dus iedereen moet in gezinslocaties blijven, net als in een gevangenis. En als mensen toch blijven, betekent dat dat ze erge problemen hebben. ik denk zo, en ik denk gewoon logisch na.”

Onnodig doorprocederen[4]

De procedures en regels omtrent het verkrijgen van een verblijfsvergunning in Nederland vormen een ondoordringbare jungle, waar een aantal instanties centraal in staan: Het ministerie van Justieie en Veiligheid dat de wet opstelt, de IND die samen met de DT&V en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) verantwoordelijk is voor de uitvoer van de wet. Vluchtelingen wordt vaak verweten ‘onnodig door te procederen’, maar wat wordt daar eigenlijk mee bedoelt? In Nederland leven we in een rechtstaat. Dat houdt in dat beslissingen worden genomen op basis van de wet en dat een onafhankelijk orgaan – de rechterlijke macht – oordeelt in een conflictsituaties. Ten minste, dat zou zo moeten zijn. In werkelijkheid vormen de uitvoerende organisaties omtrent het ‘vreemdelingenbeleid’ een eigen wereld binnen de Nederlandse rechtstaat.

“ik heb in 2009 een aanvraag gedaan voor asiel en pas in 2015 uitslag gekregen”

Hoe dat kan? Door een proces dat wel wordt aangemerkt als ‘onnodig doorprocederen’. De IND neemt een beslissing over de asielaanvraag, en als die negatief is kan je daartegen in beroep gaan bij de rechter. Dit is zo, omdat Nederland een rechtstaat is. Na uitspraak van de rechter kan zowel de IND als de vluchteling in hoger beroep, zoals bij elke rechtszaak beide partijen in beroep kunnen. Dit klinkt allemaal redelijk, maar de rechter in mag enkel stellen dat de IND de beslissing moet heroverwegen. Ondanks dat de rechter blijkbaar juridische gronden heeft om de initiële beslissing in twijfel te trekken. Dan kan het zijn dat het volgende gebeurt:

“Kijk, we hebben eerst een asielaanvraag gedaan en na twee jaar hebben we een negatieve beslissing gekregen van de IND. Toen gingen we naar de rechtbank. Toen hebben we een positieve beslissing gekregen van de rechter. Toen is de IND in hoger beroep gegaan, en van daar hebben we ook een positieve beslissing gekregen. De IND heeft toch nog een keer een negatieve beslissing gegeven over onze asielaanvraag en toen zijn we weer naar de rechter gegaan en hebben we wéér een positieve beslissing gekregen van de rechter. Toen is de IND wéér in beroep gegaan. Toen heeft de rechter in het hoger beroep negatief besloten.
            Toen we het eerste hoger beroep hadden gewonnen moesten we vier maanden wachten op de beslissing van de IND. Toen we het laatste hoger beroep hadden verloren, moesten we opeens binnen één week weg. Dat is het oneerlijkste.
            Mijn man zegt: als ik het goed begrijp hebben ze hun eigen principes en wij zijn gewoon als een spelletje voor hun. Ze willen gewoon kijken welke instantie sterker is dan de ander, maar dat is toch niet onze fout? Hier is hoger beroep blijkbaar niets. In andere Europese landen heb ik gehoord dat in Duitsland en Frankrijk je na één positieve beslissing van de rechter mag blijven. Ze luisteren naar niemand. De allergrootste fout is dat als rechters een positieve beslissing nemen, dat de IND een nieuwe beslissing moet nemen; ze moeten gewoon schrijven dat de IND moet uitvoeren wat de rechter heeft besloten.”

Het blijkt dus dat de IND vooral degene is die onnodig lang doorprocedeert: je zou zeggen dat na twee rechterlijke uitspraken de IND de beslissing moet herzien, al helemaal na drie rechterlijke uitspraken. Maar ze procederen net zo lang door tot ze gelijk krijgen. Bovendien nemen ze de tijd op het moment dat er in het nadeel van de IND wordt besloten, maar zijn ze erg efficiënt op het moment dat ze  gewonnen hebben. En dat leidt er in veel gevallen toe dat gezinnen hier zodanig lang in onzekerheid blijven, dat hun kind hier geworteld is.

Meewerkcriterium

Het verzoek voor het Kinderpardon voor dit gezin is afgewezen op het ‘meewerkcriterium’, waar volgens Defence for Children het merendeel van de kinderen op wordt afgewezen. Ook al verbleef het gezin al meer dan 5 jaar in Nederland ten tijde van de aanvraag en was het kind jonger dan 19 jaar.

Ik moet iets doen voor mijn kind. Ik heb zes jaar niets gedaan, ik heb gewoon afgewacht wat de IND zou beslissen. Maar nu moet ik toch alles doen. We werken met de kinderombudsvrouw. Zij is geschrokken van onze zaak. Onze asielaanvraag had klaar moeten zijn toen mijn kind 2 of 3 jaar was, toen begreep hij niet waar hij woonde. Nu begrijpt hij onze taal niet, hij begrijpt ons niet, hij kent het land niet. Nu is hij bijna 10 jaar en tegen hem kan ik niet zeggen dat hij nu weg moet. Hij is hier gebleven, niet omdat ik elke 6 maanden een artikel 64 heb gedaan, maar om dat de IND 6 jaar nodig had om te beslissen, omdat zij niet samen met de rechter één beslissing kunnen nemen.
            Onze asielprocedure was klaar in januari 2015, we zijn van Emmen naar Zwolle geweest om een aanvraag te doen voor het Kinderpardon. Binnen twee weken hebben we de eerste afspraak met de terugkeerdienst gekregen. Zij heeft gezegd dat we de eerste zes jaar in dezelfde asielprocedure zijn geweest. Voor het Kinderpardon wordt er alleen naar de eerste 5 jaar gekeken, en zij zei dat we nooit hoefden mee te werken. in de regels van Justitie en Veiligheid daar staat gewoon heel duidelijk dat als iemand in een asielprocedure zit hier, dat hij zelf mag kiezen – als hij nog geen negatieve beslissing van de rechtbank heeft gekregen – of hij vrijwillig meewerkt of niet. Maar toch hebben we een negatief [besluit] gekregen op het Kinderpardon. Ik snap het niet. Ze spelen een spelletje. Ik begrijp het echt niet.
            We zijn afgewezen door het meewerkcriterium. Nu zeggen ze dat we niet gedwongen hoefden mee te werken, maar dat meewerking vrijwillig is, dus dat wel had gemoeten. De eerste vijf jaar moesten we niet gedwongen meewerken, maar we moesten sowieso vrijwillig meewerken.
            Het is gewoon een business. Iedereen betaalt zelf het Kinderpardon. Het kostte 150 [tegenwoordig is dat 170] euro per persoon toen wij het gingen aanvragen. Je vraagt het Kinderpardon aan voor het hele gezin en betaalt dan per persoon. 900 euro hebben wij betaald.”

Dit verhaal is niet uniek. De IND en DT&V zetten vrijwel altijd het meewerkcriterium in om mensen die, niet door hun eigen fout, langer dan 5 jaar in Nederland verblijven en gewortelde kinderen hebben alsnog uit te zetten. Volgens onderzoek van Kalverboer en Zijlstra (2006) zullen “kinderen schade oplopen als ze na gewenning, hechting, worteling in de Nederlandse samenleving alsnog uitgezet gaan worden. Dit leidt veelal tot een ernstige breuk in de ontwikkeling.3 Het belang van deze kinderen en hun recht op een continue ontwikkeling worden hierdoor ernstig geschaad (art. 3 jo art. 6 lid 2 IVRK).” De IND doet er echter niets aan om dit te verminderen en vormt zelfs een eigen realiteit waarin de rechterlijke macht vrijwel geen macht heeft. De IND vormt een land binnen de Nederlandse rechtstaat. Dat de politiek er in mee gaat dat het vooral vluchtelingen zijn die ‘onnodig doorprocederen’ is schandelijk en onjuist. Het zou goed zijn als politici zouden kijken naar de daadwerkelijke gang van zaken. Bovendien, gezien de financiële situatie van gezinnen in gezinslocaties (zij krijgen 30 euro per week om van te leven), de mogelijkheid om rijk te leven in het land van herkomst als zij meewerken en de restricties om hier te kunnen leven, lijkt de claim dat mensen hier slechts om financiële redenen komen onaannemelijk.

Het Kinderpardon is slechts een pleister op de wond van een slecht beleid en een aantasting van de rechtstaat door het handelen van de IND. In plaats van het Kinderpardon te versoepelen zou de macht van de IND aangepakt moeten worden: ook de IND heeft te luisteren naar de rechterlijke macht, anders zijn wij in Nederland geen rechtstaat meer. Dat zij de macht hebben door te procederen tot zij hun gelijk krijgen duidt erop dat zij te  veel macht hebben.

 

Vanwege angst op represailles van de IND en DT&V worden er in dit artikel geen namen of landen genoemd. De familie is bang dat zij door mee te werken aan dit artikel direct uitgezet zullen worden – dit vanwege eerdere dreigingen van DT&V en de IND bij andere gezinnen.

 

 

[1] https://demonitor.ncrv.nl/kinderpardon/kinderen-juist-de-dupe-van-kinderpardon ; http://www.elsevier.nl/politiek/blog/2014/05/pardon-voor-kinderen-is-een-beloning-voor-het-bedrog-van-de-ouders-1518025W/ ;

[2] https://www.defenceforchildren.nl/images/69/2111.pdf

[3] Motie nummer 2301 Tweede Kamer, 21 februari 2017

[4] Waar vaak naar wordt gerefereerd als er gesproken wordt over ‘onnodig doorprocederen’ is het “stapelen van procedures” zoals Teeven zei. Hieronder valt bijvoorbeeld herhaaldelijk aanspraak maken op ‘artikel 64’:Uitzetting blijft achterwege zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen” (vreemdelingenwet 2000, artikel 64).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *